gallery/facebook

FACEBOOK

Je vindt de laatste informatie over ons op onze facebook pagina. 

SPORT MEETS NATURE

 

Na het succes van de vorige edities zijn wij erg blij te kunnen aankondigen dat er een derde editie komt!!!

 

De kneuterkes joggen opnieuw op zondag 16 september 2018

 

Verdere info volgt zo snel mogelijk...

 

 

 

gallery/rijtje

Verken de mooiste natuurgebieden in de Netevallei op eigen tempo.


De Kesselse Heide


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Kesselse Heide is een provinciaal domein met landschappelijke waarde in Kessel, een deelgemeente van het Belgische Nijlen. Het domein heeft een oppervlakte van 43 ha. De Kesselse Heide is opgericht in 1976 en is sinds 1996 een beschermd landschap.

Er zijn enkele vennen gelegen op het domein. Op de Kesselse Heide is er een begrazingsproject met een vijftigtal schapen zodat de ongewenste grassen op een natuurlijke manier verwijderd worden.

De Kesselse Heide maakte deel uit van de grote Kempense heidevlakten. Tijdens de laatste ijstijd - rond 70.000 à 10.000 voor Christus - werden de Kempen bedekt met hele pakken zand. Het fijne zand (löss) werd weggewaaid en vormde stuifduinen, waarvan er nog restanten liggen op het domein. Het grovere dekzand bleef er lange tijd dor liggen. Na deze ijstijd - rond 10.000 à 3.800 voor Christus - werd het warmer en ontstonden eikenberkenbossen, met grove den en berk. Daarna begon de mens delen bos te kappen of afbranden voor landbouwgrond. Wanneer de grond uitgeput was, bleven open plekken schrale grond achter. Deze waren ideaal voor de heidegroei. Bovendien werden er schapen geteeld voor de lakennijverheid en deze hielpen mee de heidevlakte in stand te houden door jonge boomscheutjes af te grazen.

Tijdens de Franse Revolutie werd de Kesselse Heide verkocht en later herbebost met grove den, die kon gebruikt worden voor de mijnbouw.

Voor de Eerste Wereldoorlog werd de fortengordel rond Antwerpen afgewerkt. In 1912 was het Fort van Kessel klaar en in 1913 het Fort van Broechem. Om het zicht tussen deze forten vrij te houden, werden alle bomen gekapt. Op de Kesselse Heide bleef slechts één boom staan: deze gaf de grens aan tussen Kessel en Nijlen. De familie Pouppez-de-Kettenis, die eigenaar was van de Kesselse Heide, liet het domein herbebossen vanaf 1920. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de bomen opnieuw gekapt, deels door soldaten en deels door de bevolking als brandstof. Alleen dezelfde ene boom bleef weer staan, tot ook deze in 1943 verdween. Na de oorlog groeide het bos terug.

In de jaren 1960 werd een deel van het domein verkocht om er het schuimrubberbedrijf Artilat op te bouwen.

De gemeente Kessel beheerde de Kesselse Heide vanaf 1972: de gemeente hield er toezicht en ruimde het domein op. Bij Koninklijk Besluit van 5 augustus 1976 werd het domein tot natuurgebied verklaard en in 1978 werd het gekocht door de Provincie Antwerpen.

In 1981 kocht de gemeente Nijlen het 7 ha grote natuurgebied "Hoogbos" aan en gaf dit in 2005 in beheer aan de provincie. Het Hoogbos ligt aan de overzijde van de Lindekensbaan, de straat waaraan de Kesselse Heide paalt. In 2010 werd de "Hoge Heide" aangekocht, een 9 ha groot natuurgebied naast het Hoogbos.

Om het heidegebied in stand te houden, grazen er schapen.

Op de Kesselse Heide zijn heel wat diersoorten actief, onder meer de grijze zandbij, boompieper en boomvalk. Qua planten zijn er onder meer ronde zonnedauw, zandzegge en pijpenstrootje alsook Gagel. Dit kruid wordt gebruikt om gruitbieren te brouwen en dateert uit de Middeleeuwen.

Het domein is uitgerust met bewegwijzerde wandelpaden en pic-nic faciliteiten. Tegen de Kesselse Heide is een bezoekerscentrum ingericht. Dit kreeg de naam "Doefoepdei" (van "de hoeve op de heide"), naar de naam van de oude hoeve waarin het gevestigd is.

Meer info: De Kesselse Heide


Het ontstaan van de Kesselse Heide

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een wandeling door de eeuwen heen: het ontstaan van het landschap van de Kesselse Heide gaat terug tot de laatste ijstijd. Over de kempen werd toen door noorderwinden een dikke laag zand afgezet. Plaatselijk leverde dat grillige duinen, waarvan je in de groendomeinen restanten terugvindt. De gronden lagen op de Kesselse Heide hoger en droger dan in de nabijgelegen vallei van de kleine Nete.

Zo ontstonden er gemengde eikenbossen, deze zijn er nog steeds. De veetleelt van de Fransen vereiste uitgestrekte grasoppervlakten en  stilaan verdwenen de bossen. Op de voedselarme gronden ontstond een heidevegetatie. De heide werd in de middeleeuwen in stand gehouden door het menselijke gebruik. Heidevlakten waren gemeengoed: het vee van de omwonenden mochten er grazen, strooisel en brandstof lagen er voor het rapen.

Op het einde van de 18de eeuw kregen veel heidegronden een andere bestemming. Er bleven slechts weinig "woeste" gronden over, ongeveer even veel als de huidige oppervlakte. Gedurende de Franse revolutie werden veel kerkbezittingen in de omgeving verkocht, waaronder ook de huidige Kesselse Heide. De nieuwe eigenaars bebosten de heide met pijnbomen, aangemoedigd door landvoogdes Maria-Theresia van Oostenrijk. Zij gaf fiscale voordelen voor het in cultuur brengen van weinig rendabele gronden in de Kempen.

Voor de eerste wereldoorlog werd een fortengordel gebouwd. Tussen de forten mocht het zicht niet belemmerd worden. In de Kesselse Heide, tussen de forten van Kessel en Broechem, werd al het bos gekapt. Slechts één den bleef staan. Die deed dienst als grensboom Nijlen-Kessel, als richtpunt en als uitkijkpost. Hij stond bekend als "den betboom". Na 1920 werd de heide door de eigenaar Pouppez-de-Kettenis herbost. In de Tweede Wereldoorlog werden die bomen verkocht en door de Belgische soldaten gekapt. De rest werd door de bevolking in beslag genomen want brandstof werd schaars. Alleen "den betboom" werd nogmaals gespaard.... tot ook die op een nacht in de winter van 1943 verdween.

Na de tweede wereldoorlog groeide er spontaan weer bos. Het privédomein was toegankelijk maar beheer bleef achterwege. Niet zelde vatte de heide vuur en op vele plaatsen werd afval gestort en zand afgegraven. In de jaren '60 werd een deel van het gebied verkocht aan de firma Artilat die er een fabriek voor schuimrubber oprichtte.

Vanaf februari 1972 deed het gemeentebestuur van Kessel toezicht op de heide en ruimde het gebied op. Bij het KB van 5 augustus 1976 werd de Kesselse Heide natuurgebied. De Kesselse Heide is ontstaan rond 1978.  De provincie Antwerpen kocht toen het eerste stuk heide en sinsdien groeit het nog steeds aan.

Momenteel is het 79 ha groot waarvan 61 ha toegankelijk is voor het publiek. Het gebied omvat Kesselse Heide, Hoogbos (in erfpacht van de gemeente Nijlen), Hoge Heide en de schommers (niet toegankelijk)

De zeer arme zandgronden vormen de voedingsbodem voor uitgestrekte heidevelden en gesloten boscomplexen. In het gebied bevinden zich ook 2 vijvers. Deze zorgen voor een aangename afwisseling in het landschap en zijn ook een zegen voor de dieren en de planten.



Het Fort van Kessel (Kessel-Fort)
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De fortengordel zou bestaan uit een achttal Brialmontforten (gebouwd in 1859) in een 18 km lange gordel van Wijnegem tot Hoboken. Na de Frans-Duitse oorlog van 1870 werd aanvankelijk besloten tot de bouw van drie bruggenhoofdforten en vervolgens tot de bouw van een buitenverdedigingsgordel, die aangepast was aan modernere wapens. Dit laatste plan werd bekrachtigd per wet van 30 maart 1906. Deze Hoofdweerstandstelling omvatte op de rechteroever 16 forten en 10 schansen en op de linkeroever 5 forten en 2 schansen. Na onteigening van de gronden werd het fort gebouwd tussen 1909 en 1912. Op de plaats waar het gebouwd werd, stond vroeger een uitgestrekte hoeve. Toen de bouw van het fort in 1912 volledig klaar was, werden alle woningen in de buurt van het fort platgebrand, zodat de soldaten vanuit het fort een goed zicht hadden op mogelijke vijanden en het schootsveld vrij was. Pas in 1913 kon men beginnen het fort te bewapenen.


Bewapening

De bewapening van het fort van Kessel voor de grote afstand bestond uit één koepel met twee 15 cm kanonnen, twee koepels voor een 12 cm houwitser, vier koepels voor een 7,5 cm kanon. Voor de ondersteuning van het geschut werden twee gepantserde waarnemingsklokken geplaatst. Het 15 cm geschut had een effectief bereik van ruim 7 km (absoluut maximum 8,4 km). Geschut en waarnemingsklokken werden geleverd door de firma Cockerill. Daarnaast was er nog een grachtverdediging van twaalf 5,7 cm snelvuurkanonnen en een zogenaamd groot-flankement (in de traditore batterij), bestaande uit onderhoudsvuur tussen de forten (vier 7,5 cm en vier 12 cm houwitsers).


Inzet 1e Wereldoorlog/Slag om Kessel, 4 oktober 1914

Het fort van Kessel telde ca. 330 manschappen onder bevel van kapitein-commandant Piraux. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden er loopgraven gegraven en prikkeldraad gezet langs de velden van fort Kessel naar fort Lier. Er bleef bijna geen doorgang over en alle vee werd binnen de ring van de forten gebracht, zodat de Duitsers de dieren niet zouden kunnen consumeren.De toren van de kerk van Kessel zou dienen om op de Duitsers te mikken. De verwachting was dat het fort niet ingenomen zou kunnen worden. Bij de legerleiding was bekend dat de betonnen muren en koepels niet bestand zouden zijn tegen granaten van kaliber groter dan 28 cm. Vanaf 29 september 1914 neemt het fort deel aan de gevechten. In de vroege morgen van 4 oktober 1914 namen de zwaarste kanonnen van het Duitse leger, de Dikke Bertha – het fameuze 42 cm houwitzer geschut - en het 30,5 cm Motor Mörser geschut, het fort vanuit de gemeente Berlaar (op een afstand van 8,4 kilometer) respectievelijk Isschot (gemeente Itegem) onder vuur. De eerste granaat kwam terecht in het water rond het fort en deed het water als een toren omhoog spuiten. Een kwartier later bewees een nieuwe granaat dat de geschutskoepels niet sterk genoeg waren. In totaal werden 123 granaten op het fort afgevuurd. Het fort werd hierdoor buiten werking gesteld, waarbij ook het eigen geschut onvoldoende draagvermogen had om de vijand te treffen. Drie gewelven, een gang en een 15 cm koepel zijn op 4 oktober om 11.00 uur ingestort. Om die tijd werd het fort opgegeven, waarna de manschappen ontvluchtten naar het bos achter het fort. Verdere voltreffers hebben het fort daarna grotendeels vernield.


Begin van WO 2 – 1940

Voor de Tweede Wereldoorlog werden er aanpassingswerken uitgevoerd aan het fort. Dit betrof vooral aanpassingen voor het gebruik van mitrailleurs. Hiervoor werden zgn. abri-tourelles en abri elementaires gebouwd, ronde betonnen koepels, als ondersteuning van de mitrailleurs. Verder werden moderniseringen doorgevoerd zoals gasdichte lokalen, verbeterde verblijfslokalen en verbeterde communicatie. Luitenant De Middeleer vestigt zich met de Belgische troepen in het fort dat werd gebruikt als infanteriesteunpunt. Maar ook deze keer was de rol van het fort snel uitgespeeld. Op 16 mei 1940 vluchtten de Belgische soldaten uit het fort en diezelfde dag nam de 56e Duitse Infanteriedivisie er zijn intrek.

Na de Tweede Wereldoorlog werd het fort bewoond tot 1974. In 1968 vroeg de gemeente Kessel de koop aan van het fort. De verkoopakte dateert van 1973 en enige tijd later werd er een toelage toegekend als openbare groene ruimte. In 1976 werd het domein dan uiteindelijk op het gewestplan Mechelen ingekleurd als recreatiegebied. En zo doet het fort van Kessel nu ook zijn dienst. Er kan ook gevist worden. Momenteel doet het fort vooral dienst als overwinteringsplaats voor vleermuizen. In de winter van 2008-2009 werden 378 exemplaren in een achttal soorten geteld.De belangrijkste soorten zijn de franjestaart, watervleermuis en Brandts vleermuis.

Geologische historie

Op de plaats van het fort werden enkele belangrijke paleontologische vondsten gevonden, zoals, tanden van haaien en andere zeevissen. Deze vondsten bewijzen dat vroeger een deel van de zee tot Kessel kwam. De schooljongens die in de heide en aan het station woonden, hadden bijna elke dag vistanden bij zich die ze in de grond hadden gevonden. De tanden werden in de school van Kessel, nabij het fort, gebruikt om de griffels aan te scherpen.

Meer info: Kessel-Fort



De Steenbeemden
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gelegen in de Kleine Netvallei vormen deze oorspronkelijke  vloeibeemden onderdeel van de zogenaamde laagveenmoerassen met hun typische fauna en flora. Heel het gebied is beschermd als landschap.
Rechttrekken van beken, aanleg van het Netekanaal, dichtstorten van moerassen en de aanleg van tientallen illegale visvijvers en bijhorende illegale chalets verstoorden in de jaren 60–70 van vorige eeuw zowel de waterhuishouding als het natuurlijk evenwicht in de Netevallei. Om de achteruitgang van de biodiversiteit te stoppen kocht Natuurpunt afdeling De Wielewaal in 1985 de eerste percelen vlakbij het Badhuis te Kessel met een oppervlakte van 10,5 ha. De landbouwers die  met hun klassiek maai- en hooibeheer een open structuur hadden bezorgd aan het landschap waren naar rendabelere technieken overgestapt en naar andere plaatsen uitgeweken.  Ondertussen zijn door Natuurpunt ettelijke tientallen hectares bij aan gekocht en dankzij het LIFE+- project werden talloze illegale vijvers en chalets aangepakt en de percelen vernatuurlijkt.  Zo krijgen we stilaan terug  het oorspronkelijke rivierlandschap met zelfs in het deelgebied van het Zomerklokje een vloedbos waar met eb en vloed de interactie tussen het water van de Bollaak en de vloeibeemden hersteld wordt.
Toppers qua natuur zijn de Blauwborst, Waterral, Nachtegaal evenals het wettelijk beschermde Zomerklokje en Langbladige Ereprijs.
Een bewegwijzerd wandelpad doorkruist heel het gebied. De wandelfolder is gratis beschikbaar ( o.a. in taverne Het Badhuis).
Meer info: www.natuurpunt-wielewaal.be




't Badhuis 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Ontstaan Badhuis

Bij de brug van de Kleine Nete speelde de toenmalige eigenaar van het latere Badhuis, Boske Vranckx, met de idee om er een zwemgelegenheid te realiseren. Zo gezegd, zo gedaan... en in 1896 werd met het aanbrengen van stuwbalken onder de brug, vanaf de late lente tot september, een heuse plage geschapen.

In een klein houten gebouw kon men er zijn zwemkledij aandoen, tegen betaling van een minieme vergoeding.

Een jaar later bouwde men het drankhuis, dat de Franstalige benaming “Maison des Bains” kreeg. Vanaf 1913 organiseerde opvolger August Vranckx er zelfs zwem- en waterpolowedstrijden, die door duizenden bezoekers werden bijgewoond.  In de jaren '20-'30 was het Sas van Emblem een deftige badplaats waar de rijke burgerij kwam uitrusten en baden. Naar het Badhuis wordt in de volksmond ook verwezen als “Emmelen Sas”. Nabij het Badhuis bevond zich immers het eerste van de zes sassen (sluizen) die in het midden van de 19e eeuw werden gebouwd bij het rechttrekken van de Kleine Nete tussen Lier en Herentals.

 

De Kleine Nete

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


De Kleine Nete is een zijrivier van de Nete in het stroomgebied van de Schelde.

De rivier ontstaat uit vele door regen gevoede beekjes in het gebied tussen Arendonk, Retie en Mol-Postel in de Belgische Kempen, waaronder de zogenaamde Zeven Neten: de Looiendse Nete, de Kleine Nete, de Zwarte Nete, de Werbeekse Nete, de Plas Nete, de Witte Nete en het Nonnen Neetje.

De Kleine Nete bevat veel in Vlaanderen zeer zeldzame vissen. Vanaf Lier stroomt ze samen met de Grote Nete en vormt ze de Nete of de Beneden Nete.

De Kleine Nete stroomt door Retie, Kasterlee, Geel, olen, Herenthout, Vorselaar, Grobbendonk, Zandhoven en Nijlen.

Ze is in totaal 44 Km lang.

Haar voornaamste zijrivieren zijn de Molenbeek, de Aa en de Wamp.

 

In de middeleeuwen van 500 tot 1050 wou men Herentals met Antwerpen verbinden via een kanaal, eventueel deels via de Kleine Nete. De hertog van Brabant gaf Herentals hiervoor zijn toestemming in 1462 maar kwam nooit tot uitvoering.

Antwerpen betrok allerlei waren uit de Kempen, die per schip vervoerd moesten worden en zocht ook drinkbaar water. Het zoute Scheldewater is daarvoor immers ongeschikt. Geen wonder dus dat Antwerpen zich via een “Herentalse Vaart” naar Mol ter Nete ofte Molderneet aan het Nijlense veer met de Kleine Nete wou verbinden. Het project kende een aarzelend begin in Antwerpen, maar werd niet verder uitgevoerd omwille van de kostprijs en mede door het verzet van onze Lierse vrienden (we schrijven dan 1537).

In 1552, 1704 en 1784 werden de plannen voor het kanaal andermaal bovengehaald, maar zonder resultaat. Pas in de 19de eeuw werd de Kleine Nete gekanaliseerd en dus beter bevaarbaar.

Napoleon wou om economische en strategische redenen de Schelde met de Rijn verbinden via een “Grand Canal du Nord”. Men begon effectief in het oosten te graven van Bocholt tot Lommel (1808). Toen Holland bij het keizerrijk werd ingelijfd, werden einde 1810 in opdracht van Napoleon de werken stilgelegd, Toch was “le Grand Canal du Nord” een begin van een nieuw tijdperk voor de waterwegen in de Kempen. Reeds in de Oostenrijkse tijd (1762) had men opdracht gegeven om de toestand van beide Neten te onderzoeken. Dat was zeker niet overbodig. Bruggen ontbraken op veel plaatsen, paarden werden met karren dwars door de rivier gejaagd, overstromingen deden zich elk jaar voor. In 1835 lagen 500.000 kasseien in Lier op transport te wachten voor de bestrating van de weg Diest – Turnhout. Het transport zou best over de Kleine Nete gebeuren. Het provinciebestuur van Antwerpen stelde voor deze rivier beter bevaarbaar te maken door het wegwerken van de scherpste bochten en de bouw van zes sluizen tussen Lier en Herentals. De werken begonnen in mei 1837 en eindigden (voorlopig) in januari 1839, de 500.000 kasseien raakten uiteindelijk in het noorden. Bij de kanalisatie van de Kleine Nete werden er, naast de sluis te Lier en de reeds bestaande sluis op het Molenwater te Herentals, 6 sluizen gebouwd zijnde te Emblem, Nijlen, Viersel, Bouwel, Grobbendonk en Herentals.

Meer info over Beheerswerken, Sigmaplan,Ankerplaatsen: De Kleine Nete

 

Gageleer bier 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gageleer is een Kempens volmoutbier van hoge gisting met het kenmerkende aroma van gagel (Myrica gale). Gagel is een struikje dat groeit op veenachtige gronden zoals in de natuurreservaten in de Kempen. Ook in de Kesselse Heide komt dit kruid voor. Gagel was de voornaamste smaakmaker in de middeleeuwse gruitbieren (gruit = kruid). Gageleer is het eerste hedendaagse bier waarin gagel opnieuw wordt gebruikt. Gageleer wordt op de markt gebracht door de gelijknamige coöperatieve ten voordele van het behoud van de natuur.

GAGELEER, EIGENZINNIG BIER

Gageleer is een volmoutbier van hoge gisting met 7,5% alc. Dat wil zeggen dat geen suiker wordt toegevoegd om het alcoholgehalte te verhogen. Zijn unieke smaak komt van de gagel uit Kempische natuurreservaten. Daardoor is dit een eigenzinnig bier dat een aparte plaats bekleedt in het Belgische bierlandschap.

De unieke smaak van Gageleer komt van de gagel uit Kempische natuurreservaten. Daardoor is dit een eigenzinnig bier dat een aparte plaats bekleedt in het Belgische bierlandschap.

EEUWENOUD GRUITBIER

Gageleer is het eerste van de hedendaagse Belgische bieren dat teruggrijpt naar de historische gruitbieren. Bier was in de Middeleeuwen een gezondere drank dan water omdat hiervoor water gekookt moest worden. In die tijd werd bier op smaak gebracht met een mengsel van kruiden die men in de streek vond en dat gruit of gruut heette. Het hoofdbestanddeel was steeds gagel. Het gaf het bier bitterheid en zorgde voor een langere bewaring.

Over het gebruik van gruit is weinig bekend. Het was zeker een belangrijk handelsgoed en een middel om belastingen te heffen. De rijkdom van de bekende familie Gruuthuse uit Brugge was erop gebaseerd.

In Duitsland kreeg gruit stilaan concurrentie van de hop. Hop was eerst bekend als een geneeskrachtig kruid, maar maakte geleidelijk opgang in de brouwerswereld. Het Beierse Reinheitsgebot uit 1516 – dat bepaalde dat bier enkel nog mocht bestaan uit water, gerst en hop – betekende geleidelijk het einde voor het gruitbier. Tot de komst van Gageleer.

Het bier is te verkrijgen bij Natuurpunt.

Meer info over dit prachtig bier: Gageleer bier 

 

LOPEN IN DE NATUUR

gallery/kesselseheide
gallery/hei2
gallery/fortkessel
gallery/steenbeemden
gallery/badhuis
gallery/nete
gallery/gageleer

De volgende natuurloop gaat door op zondag ?? augustus 2018.


Inschrijvingen: ter plaatse
Bedrag: €5

Douches & Kleedkamers: Sporthal De Putting
Vestiaire: Bewaakt

Vertrekplaats: Talud Kessel-Fort
Start: Vrije start tussen 8 en 11u
Afstand: 5, 10 of 15km

Ondergrond: 
Het parcours is grotendeels onverhard bestaande uit bos- en heidepaden.
Het harde gedeelte is opgesplit in 2 delen en worden onderbroken door onverharde paden. 
De verharde gedeelten bestaan uit asfalt en geen beton.
Enerzijds een lengte van 1,4 km anderzijds een lengte van 1,8 km maw een totaal verharde gedeelte van 3,2 km op een totaal van 15 km.

Wegwijzers vanaf Sporthal De Putting:

Tip: Als je hardloopt moet je drinken. 
(meer info over Sportvoeding)

WAT U MOET WETEN

Contact

+32 494 56 02 06

Bart Langmans

info@kneuterkesjogging.be

Naam  
Email  
Bericht  

Waar kun je ons vinden?

FOTO'S - 2016

FOTO'S - 2017